Wordt een dubbele achternaam het nieuwe normaal?

Met de inwerkingtreding van de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam per 1 januari 2024 is het voortaan mogelijk om uw kind een dubbele achternaam te geven. Onder bepaalde voorwaarden is dit ook mogelijk voor kinderen die vóór 1 januari 2024 geboren zijn.

Voor ieder kind dat geboren is op óf na 1 januari 2024 geldt dat het de achternaam van beide ouders kan (gaan) dragen. In juridisch jargon wordt er gesproken van een ‘geslachtsnaam’, maar in dit artikel wordt het begrip ‘achternaam’ aangehouden. Ieder kind dat geboren wordt krijgt een voor- en een achternaam. Een kind en diens ouders (en bloedverwanten) staan in een zogeheten ‘familierechtelijke betrekking’ met elkaar. Daarmee wordt een juridische band genoemd en menigeen denkt dan direct aan de juridische band in de zin van de stamboom in de mannelijke lijn, waarmee een link wordt gelegd naar het ‘namenrecht’. Lange tijd – sinds de invoering van de Burgerlijke Stand in Nederland in het jaar 1811 – was het alleen mogelijk om een kind de achternaam van de vader te geven. In het jaar 1998 is de wet gewijzigd waardoor het tevens tot de mogelijkheid behoorde om een kind de achternaam van de moeder te geven. Vanaf toen tot 1 januari 2024 was het dus zo dat een kind dus óf de achternaam van de vader kreeg óf van de moeder (of in geval van paren van gelijk geslacht, de achternaam van één van beide juridische ouders).

Anno 2024 is er derhalve keuzevrijheid. We nemen een voorbeeld. Vader Aarts en moeder Bouwman zijn op 2 januari 2024 ouders geworden van Celine. Anno 2024 kan er gekozen worden voor de volgende (combinatie van) achterna(a)m(en):

  • Aarts;
  • Bouwman;
  • Aarts Bouwman;
  • Bouwman Aarts.

U ziet het, een koppelstreepje wordt niet geplaatst in geval van een dubbele achternaam.

Voor personen die op dit moment al een dubbele achternaam hebben, zoals ‘Cabau van Kasbergen’ geldt dat deze naam alsdan – per 1 januari 2024 – als een enkelvoudige achternaam moet worden gezien. Bewust wordt dit ‘bekende’ voorbeeld benoemd, om daarmee te duiden dat in bepaalde landen – waaronder begrepen Spanje – een dubbele achternaam al tot de mogelijkheden behoorde. Sterker nog, ingevolge Spaanse wetgeving krijgen kinderen daar automatisch twee namen en valt er dus maar weinig te kiezen, maar dat terzijde. Vanuit de Nederlandse samenleving was er kennelijk een toenemende vraag naar, om welke reden de wetgever hierin tegemoet is gekomen.

Wanneer dochter Celine in opgemeld voorbeeld de achternaam ‘Aarts Bouwman’ krijgt en zij – op haar beurt – een kind zou krijgen met een partner die ook een dubbele achternaam heeft, dan geldt dat zij en haar partner ieder één achternaam aan hun beider kind kunnen geven. Dan geldt dus een maximum van twee achternamen.

Weliswaar krijgen ouders van kinderen die nu geboren worden een zekere keuzevrijheid; de wetgever heeft tevens nagedacht over een overgangsregeling voor ouders die (anders) net ‘achter het net zouden vissen’. Kinderen geboren vóór 1 januari 2024 kunnen derhalve onder bepaalde condities met terugwerkende kracht eveneens een dubbele achternaam krijgen.

  • Het oudste kind van de ouders in kwestie moet dan op of na 1 januari 2016 zijn geboren;
  • Broertjes en/of zusjes van dezelfde ouders dienen dezelfde achternaam(combinatie) te krijgen;
  • De aanvraag dient te zijn gedaan voor 1 januari 2025.

Wat blijft is, dat beide gezaghebbende ouders het eens moeten zijn over de keuze van de achternaam. Indien dat het geval is kunnen de ouders hiervoor tezamen terecht bij hun gemeente. Indien ouders die samen het gezag uitoefenen het niet eens zijn met elkaar over de keuze van de achternaam(combinatie) kan dit worden voorgelegd aan de kinderrechter. Indien u onder de overgangsregeling valt moet derhalve niet te lang gewacht worden, wanneer de andere ouder andere wensen heeft in deze.

2025-03-13T11:39:22+00:0016 januari 2024|

Medehuurder bij relatiebreuk

Vaak denkt men bij het einde van een relatie niet gelijk aan het beëindigen van het contractueel medehuurderschap. Als er dan ineens een betalingsherinnering wordt toegestuurd door de verhuurder, dan kan dat nog wel eens verbazing wekken. U woont immers niet meer in de woning. Toch kunt u aansprakelijk gehouden worden voor nakoming van de huurovereenkomst. In dit artikel leest u waarom uw aansprakelijkheid doorloopt en hoe u deze aansprakelijkheid kunt voorkomen.

Uitgangspunt

Bent u samen met uw ex-partner contractueel medehuurder? Dan bent u vaak hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van de huur. Dat betekent dat de verhuurder zowel u als uw ex-partner aansprakelijk kan stellen voor het betalen van de huur. De huurovereenkomst kan vaak niet zomaar eenzijdig door één van de medehuurders worden opgezegd of gewijzigd. Werkt de ex-partner of de verhuurder niet mee aan het beëindigen van de medehuur, dan blijft u in beginsel aansprakelijk voor de huurovereenkomst. Ook als u de huurwoning al heeft verlaten.

Wat zegt de wet?

Het Nederlandse recht kent twee soorten medehuur: de wettelijke medehuur en de contractuele medehuur. Wettelijke medehuur, het woord zegt het al, ontstaat op grond van de wet. Als u met iemand trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat én u woont samen in de huurwoning, dan word u op grond van de wet automatisch medehuurder. Wettelijke medehuur kan ook ontstaan door een gezamenlijk verzoek aan de verhuurder om medehuurder te worden en de rechter daartoe vervangende toestemming heeft verleend. Contractuele medehuur ontstaat daarentegen doordat u gezamenlijk een huurovereenkomst ondertekent.

Op grond van de wet kan de wettelijke medehuurder na het einde van de relatie aan de rechter vragen om de medehuur te beëindigen. De wet kent echter geen soortgelijke wetsbepaling voor de contractuele medehuurder. Staat de contractuele medehuurder dan met lege handen?

Wat kunt u doen?

De Hoge Raad heeft in december 2021 geoordeeld dat de wetsartikelen, die zien op de wettelijke medehuurder voor wat betreft het beëindigen van de medehuur, toegepast kunnen worden op de contractuele medehuurder. De Hoge Raad overwoog namelijk dat de contractuele medehuurder een vergelijkbare bescherming dient te krijgen als de wettelijke medehuurder. De contractuele medehuurder kan dus – net als wettelijke medehuurders – de rechter vragen om de medehuur te beëindigen.

Deze uitspraak heeft ingrijpende gevolgen voor de positie van de verhuurder. De uitspraak van de rechter waarin de beëindiging van het contractueel medehuurderschap is bepaald heeft namelijk ook werking jegens de verhuurder.

2025-03-13T11:24:33+00:0015 maart 2024|

Koopwoning zonder samenlevingsovereenkomst; risicovol

Indien twee mensen samenwonen in een door hen beiden gekochte woning is het zaak vooraf goede afspraken te maken over het betalen van de lasten. Doet men dit niet dan kan een relatiebreuk zorgen voor een vervelend onbedoeld vervolg.

Wanneer twee mensen op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd dan is in die voorwaarden geregeld hoe de woonlasten van de al dan niet gemeenschappelijke woning gedeeld moeten worden en hoe er na echtscheiding moet worden afgerekend.

Zo ook wanneer twee mensen samenwonen en in een samenlevingsovereenkomst afspraken hebben gemaakt over het betalen van de lasten en de wijze van verdeling van de woning voor het geval de relatie mocht eindigen.

Maar wat nu wanneer twee mensen samen een woning bezitten, niet gehuwd zijn en evenmin een samenlevingsovereenkomst hebben? Dan wordt het opletten!

De Hoge Raad heeft reeds op 21 april 2006 en later op 10 mei 2019 bepaald, dat de regels die gelden voor gehuwden niet kunnen worden toegepast voor informeel samenwonenden. Dat is zelfs ook niet zo wanneer de samenlevers samen een woning in eigendom hebben zo heeft de Hoge Raad op 17 november 2023 bepaald.

Dat betekent dat wanneer één van de samenwoners meer heeft bijgedragen in de hypotheeklasten het niet zo is dat diegene een hoger aandeel toekomt uit de woning. Hij of zij heeft in dat geval slechts recht op de helft van de eigen nominale (extra gedane) inleg. Ook wanneer de woning inmiddels meer waard is geworden. Bovendien is het zo, dat een vordering tot terugbetaling van het teveel ingelegde binnen vijf jaar na betaling moet worden ingesteld. Maar zelfs dan zijn er verschillende verweren mogelijk. Een stilzwijgende afspraak is immers ook een afspraak. Wanneer men onderling mondeling heeft afgesproken dat de een gelet op een hoger inkomen meer bijdraagt aan de woning dan de ander zou het onredelijk zijn om na een relatiebreuk terug te komen op die mondelinge afspraak. De rechtspraak kijkt in dat geval ook naar hoe partijen een en ander feitelijk hebben uitgevoerd.

Over deze discussie is het laatste woord overigens nog niet gezegd.

Wat wel duidelijk is, is dat mede door de uitspraak van de Hoge Raad van 17 november 2023 het nog belangrijker is geworden een en ander goed vast te leggen in de samenlevingsovereenkomst.

 

 

2025-03-13T11:18:27+00:0002 mei 2024|

Alimentatie indexering per 1 januari 2025: 6,5%

Jaarlijks wordt de verschuldigde kinder- en partneralimentatie verhoogd. Dit is een uit de wet voortvloeiende verhoging die per 1 januari van ieder nieuw jaar wordt ingevoerd. In de Staatscourant is gepubliceerd, dat per 1 januari 2025 de verschuldigde alimentatie wordt geïndexeerd met – maar liefst – 6,5%. Deze verhoging geldt zowel in de gevallen waarin een beschikking is verkregen in het verleden dan wel voor de gevallen waarin in onderling overleg een (kinder)alimentatiebedrag werd afgesproken.

Zelfs in de gevallen waarin er niets is vastgelegd over de jaarlijkse indexering is deze verhoging in beginsel aan de orde, omdat dit nu eenmaal uit de wet voortvloeit. Dat is alleen anders wanneer de wettelijk indexering in onderling overleg of door de rechter expliciet is uitgesloten.
De alimentatieplichtige dient er zelf alert op te zijn dat hij/zij de verhoging meeneemt in het nieuw over te maken bedrag. Als alimentatiegerechtigde doet u er verstandig aan om de alimentatieplichtige te verwittigen aangaande de verhoging per 1 januari 2025.

Wanneer u als alimentatiegerechtigde ontdekt dat de alimentatieplichtige de afgelopen jaren de indexering onverhoopt niet heeft doorgevoerd kunt u de verhoging achteraf – met terugwerkende kracht – alsnog opeisen. Voor de gevallen waarin de alimentatieplichtige achterloopt met de betalingen – inclusief de gemiste indexering – kunt u tot zes maanden het LBIO inschakelen.

Mr. Milou van Asseldonk

Via één van de familierechtadvocaten van Bouwman Advocaten kunt u de ex-partner ook aanschrijven. In sommige gevallen is het nodig om een herberekening te maken, om te bezien of het alimentatiebedrag überhaupt nog actueel is. Veelvuldig worden er herberekeningen uitgevoerd door de familierechtadvocaten van Bouwman Advocaten en dan kan in dat kader ook de achterstallige alimentatie worden meegenomen in het geheel.
Het is sowieso goed om zo nu en dan te bezien of de alimentatie nog wel voldoet aan de zogeheten wettelijke maatstaven.Er kan immers bij de betaler of ontvanger een en ander zijn gewijzigd qua inkomen en leefsituatie.

Vragen over kinder- of partneralimentatie? Neem contact met ons op via info@bouwmanadvocaten.nl.

2025-03-13T11:11:25+00:0028 oktober 2024|
Go to Top