Kasstromen bij alimentatieplicht ondernemers

Bij de vaststelling van alimentatie voor ondernemers speelt niet alleen de winst uit onderneming een rol, maar vooral de daadwerkelijke kasstromen. Waar werknemers een vast en goed controleerbaar inkomen hebben, kennen ondernemers fluctuaties in omzet, investeringsbehoeften en liquiditeit. Dit maakt het bepalen van hun draagkracht complexer en vraagt om een bredere analyse dan enkel de jaarrekening.

Een belangrijke reden dat kasstromen zo’n grote rol spelen, is dat de ondernemer zijn alimentatieplicht moet kunnen nakomen uit feitelijk beschikbare middelen. Winst op papier betekent namelijk niet automatisch dat er voldoende liquide middelen aanwezig zijn. Bijvoorbeeld: een hoge winst door waardestijging van voorraad of boekhoudkundige vrijval van voorzieningen vergroot niet de kaspositie van de ondernemer. Rechters kijken daarom steeds vaker naar de zogenoemde vrije kasstroom, de ruimte die overblijft nadat alle zakelijke verplichtingen en noodzakelijke investeringen zijn voldaan.

Ook speelt de scheiding tussen privé- en zakelijk geld een belangrijke rol. Ondernemers kunnen soms geld uit hun onderneming onttrekken om in privé aan verplichtingen te voldoen. Dit kan echter alleen als de onderneming hierdoor niet in financiële problemen komt. Een tijdelijke daling in kasstroom door bijvoorbeeld investeringen of een seizoensdip kan zodoende invloed hebben op de hoogte van de alimentatie, mits de ondernemer dit goed kan onderbouwen.

Cees de Wit

Mr. Cees de Wit

Daarnaast kan de continuïteit van de onderneming een factor zijn. Als structureel te hoge alimentatie leidt tot te weinig liquiditeit, komt de onderneming, en daarmee ook de toekomstige alimentatiecapaciteit, in gevaar. De rechter zal dan kijken naar een reële, duurzame draagkracht. Dit betekent dat ondernemers goed moeten kunnen aantonen welke kasstromen noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering en welke vrij beschikbaar zijn.

Kortom: bij ondernemers wordt alimentatie steeds minder bepaald op basis van enkel winstcijfers. Het is de feitelijke kasstroom die doorslaggevend is, omdat deze beter weerspiegelt wat de ondernemer daadwerkelijk kan missen zonder zijn onderneming in gevaar te brengen. Voor ondernemers én hun adviseurs is een gedetailleerd inzicht in kasstromen daarom essentieel bij het vaststellen van een eerlijke alimentatieverplichting.

2025-11-20T09:00:23+00:0020 november 2025|

Het belang van een goed ouderschapsplan

Wanneer ouders uit elkaar gaan, is dat niet alleen een emotioneel proces, maar ook een moment waarop veel praktische afspraken gemaakt moeten worden. Zeker als er minderjarige kinderen bij betrokken zijn, is het belangrijk om goede regelingen vast te leggen. In Nederland is het opstellen van een ouderschapsplan verplicht voor ouders die uiteengaan en gehuwd zijn, een geregistreerd partnerschap hebben of samenwonen met gezamenlijk gezag over hun kind(eren).

Het ouderschapsplan is in 2009 in de wet geïntroduceerd. Een ouderschapsplan is een schriftelijke overeenkomst waarin ouders afspraken vastleggen over de verzorging en opvoeding van hun kind(eren) na de scheiding. Het doel is om duidelijkheid te scheppen en conflicten te voorkomen. In geval van een echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap wordt het ouderschapsplan als verplicht onderdeel hiervan ingediend bij de rechtbank.

Hoewel ouders veel vrijheid hebben in de invulling van het plan, schrijft de wet een aantal verplichte onderdelen voor. In elk ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken worden opgenomen over:

  • De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken: bij wie de kinderen verblijven en hoe de zorgregeling eruitziet;
  • De informatie-uitwisseling: hoe ouders elkaar informeren over belangrijke zaken, zoals onderwijs, gezondheid en vrije tijd;
  • De financiële afspraken omtrent de kinderen: afspraken over kinderalimentatie en andere financiële bijdragen;
mr. van Asseldonk

mr. van Asseldonk

Naast deze verplichte onderdelen kunnen ouders ervoor kiezen aanvullende afspraken in het plan op te nemen. Dit wordt vaak ook gedaan. Denk hierbij aan regelingen rondom vakanties, het halen en brengen van de kinderen, schoolkeuzes, medische beslissingen, verhuizingen of het introduceren van nieuwe partners.

In de praktijk blijkt het opstellen van een ouderschapsplan niet altijd eenvoudig. Soms verloopt de communicatie tussen ouders moeizaam of verschillen zij van inzicht over de invulling van het plan. Wanneer het niet lukt om gezamenlijk tot overeenstemming te komen, kan de rechtbank worden verzocht om over (onderdelen van) het ouderschapsplan te beslissen.

Hoewel ouders het plan zelf mogen opstellen, blijkt in de praktijk dat deskundige begeleiding vaak wenselijk is. Een advocaat of mediator kan helpen om afspraken helder te formuleren en te zorgen dat het plan juridisch correct is en rekening houdt met de belangen van alle betrokkenen. Ook bij veranderingen in de situatie, bijvoorbeeld als een van de ouders verhuist of het inkomen verandert, kan een advocaat adviseren over aanpassing van het ouderschapsplan.

Heb je vragen over het opstellen van een ouderschapsplan of wens je onze bijstand hierin? Neem verblijvend contact met ons op via info@bouwmanadvocaten.nl. Onze familierechtadvocaten helpen je graag met deskundig advies, heldere communicatie en oog voor de belangen van jouw kind(eren).

2025-10-20T09:35:34+00:0014 oktober 2025|

Kindgesprek sinds 1 juli 2025 vanaf 8 jaar

In familierechtelijke kwesties zoals echtscheiding, gezag, omgang of jeugdbeschermingsmaatregelen, is het van groot belang dat ook het kind een stem krijgt. Veel mensen denken dat kinderen vanaf hun twaalfde zelf mogen beslissen waar ze willen wonen of dat ze nog omgang willen met een ouder, in werkelijkheid ligt het juridisch net even anders.

Volgens artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet een kind van 12 jaar of ouder in de gelegenheid worden gesteld om zijn of haar mening te geven in zaken die hen direct aangaan. Denk aan een ondertoezichtstelling, een uithuisplaatsing of een wijziging van het gezag. De rechter nodigt deze kinderen uit voor een zogeheten kindgesprek. Dit is een informeel, kort gesprek waarin het kind kan vertellen wat het belangrijk vindt.

Men denkt vaak dat een kind vanaf 12 jaar zelf een beslissing mag nemen. Dat is uitdrukkelijk niet het geval. De rechter neemt het standpunt van het kind mee in zijn of haar afweging, maar is er juridisch niet aan gebonden. Zo kan een kind heel duidelijk aangeven niet bij één van de ouders te willen wonen of geen omgang te willen, maar kan de rechter dan alsnog anders beslissen als dat in het belang van het kind wordt geacht. Het standpunt van het kind is dus belangrijk, maar niet doorslaggevend.

Milou van Asseldonk

Mr. Milou van Asseldonk

Onder invloed van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind – dat bepaalt dat kinderen het recht hebben om gehoord te worden in procedures die hen aangaan – is besloten dat rechtbanken vanaf 1 juli 2025 kinderen vanaf 8 jaar, onverplicht, zullen uitnodigen voor een kindgesprek. Deze ontwikkeling onderstreept het belang van het serieus nemen van de stem van het kind in familierechtelijke kwesties.

Het verschil tussen “mogen meebeslissen” en “worden gehoord” is dus essentieel. Ouders, hulpverleners en zelfs juristen halen die begrippen soms door elkaar. Toch is het belangrijk om dit onderscheid scherp te houden. Het geeft kindgesprek geeft kinderen een stem, maar beschermt hen ook tegen de zware verantwoordelijkheid van het nemen van beslissingen over hun eigen toekomst.

Kortom: kinderen vanaf 12 jaar worden verplicht gehoord, kinderen vanaf 8 jaar meestal in de praktijk, maar in geen geval beslissen zij zelf. Dat blijft – soms gelukkig – de verantwoordelijkheid van de kinderrechter.

Vragen over de rol van kinderen in familierechtelijke procedures of wil je weten wat dit in jouw specifieke situatie betekent? Neem dan contact met ons op via info@bouwmanadvocaten.nl of bel naar 0413-266069.

2025-09-15T07:33:06+00:0015 september 2025|

Op vakantie met je kind; toestemming vereist van je ex-partner?

De zomervakantie is in aantocht. Veel ouders kijken uit naar een leuke vakantie met hun kind. Voor gescheiden ouders komt hier nog iets extra’s bij kijken. In veel gevallen is er namelijk toestemming vereist van je ex-partner om met je kind naar het buitenland af te reizen. Hoe zit dat precies en wat kun je doen als toestemming wordt geweigerd?

In het geval jij en je ex-partner gezamenlijk het gezag over jullie kind hebben of je ex-partner alleen met het gezag is belast, dan is er altijd toestemming van de andere ouder nodig om met het kind naar het buitenland te reizen. Deze toestemming is ook vereist voor vakantielanden in de Europese Unie. Dus zelfs voor een korte vakantie naar België of Duitsland. Als er geen toestemming is verkregen van de gezaghebbende ouder, wordt de reis in principe beschouwd als internationale kinderontvoering.

mr. van Asseldonk

mr. Elien van Asseldonk

Om problemen bij de grens of op de luchthaven te voorkomen, is het van belang om een ingevuld en ondertekend toestemmingsformulier en een kopie van het paspoort of de ID-kaart van de andere ouder mee te nemen. Een toestemmingsformulier kan gedownload worden via de website van de Rijksoverheid. Zonder deze documenten kan je de toegang tot het vliegtuig of de grensovergang worden geweigerd.

Wat nu wanneer je ex-partner geen toestemming geeft voor een vakantie naar het buitenland? In dat geval kun je de rechtbank om vervangende toestemming vragen. De rechter kijkt dan onder andere of de vakantie in het belang van het kind is, of er geen risico op kinderontvoering aanwezig is en of er geen veiligheidsrisico’s zijn op de vakantiebestemming. De procedure bij de rechtbank kan enige tijd in beslag nemen, zelfs in het geval van een zogenaamde spoedprocedure.

Voorkom stress en gedoe aan de grens en regel tijdig de toestemming van je ex-partner als je met je kind naar het buitenland wilt reizen. Bij een weigering kun je de rechter om vervangende toestemming vragen, maar daar gaan gewoonlijk minimaal een aantal weken overheen. Een goede voorbereiding is dus essentieel.

Als de andere gezaghebbende ouder geen toestemming geeft, jij zelf door de andere gezaghebbende ouder verzocht wordt om toestemming te verlenen maar je dit niet in het belang van je kind vindt of als je andere vragen hebt, neem dan gerust contact met ons op. Onze familierechtadvocaten denken graag met je mee over de mogelijke vervolgstappen.

2025-06-23T11:11:15+00:0022 juni 2025|

Wanneer is een stiefouder onderhoudsplichtig?

Na de vaststelling van kinderalimentatie kan het voorkomen dat een ouder een nieuwe partner krijgt. De nieuwe partner wordt vaak aangeduid als ‘stiefouder’. Wanneer is een stiefouder eigenlijk onderhoudsplichtig? En moet de stiefouder dan ook financieel bijdragen in de kosten van de verzorging en opvoeding zijn of haar stiefkind(eren)?

Ingevolge artikel 1:395 BW is een stiefouder onderhoudsplichtig jegens zijn of haar stiefkinderen. De wettelijke begripsomschrijving van ‘stiefouder’ is echter anders dan het begrip zoals wij die in de samenleving gebruiken. Waar in de samenleving iedere nieuwe partner van een ouder vaak automatisch als stiefouder wordt gezien, stelt de wet aanvullende voorwaarden. Er is pas sprake van een onderhoudsplicht voor de stiefouder wanneer er sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Daarnaast moet het kind tot zijn gezin behoren. Een latrelatie, samenwoning zonder geregistreerd partnerschap of huwelijk geeft dus geen grond voor een wettelijke onderhoudsverplichting. Dit verschil kan in de praktijk tot verwarring leiden, zeker wanneer een nieuwe partner actief betrokken is bij de zorg en opvoeding van het kind.

mr. Wendy de Koning

De wet geeft geen nadere invulling van het begrip ‘tot zijn gezin behoren’. Wel leert de parlementaire geschiedenis ons dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd. Het is niet doorslaggevend waar het kind wordt opgevoed. Ook als een kind in een andere stad woont of studeert, kan het kind deel uitmaken van het gezin. Alle omstandigheden van het geval zijn hier relevant.

Daarnaast speelt de vraag welk aandeel van de kosten voor rekening van de stiefouder komt. De wet geeft in dat geval aan dat de onderhoudsverplichtingen in beginsel van gelijke rang zijn. Voor de omvang van ieders onderhoudsverplichting heeft de Hoge Raad bepaald dat alle omstandigheden van het geval van belang zijn, waaronder: band tussen de stiefouder en het stiefkind, hebben de ouders voldoende draagkracht voor de kinderen, voldoet de stiefouder al andere onderhoudsverplichtingen en wanneer is de onderhoudsverplichting ontstaan

Heb je vragen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op via info@bouwmanadvocaten.nl!

 

 

2025-04-28T11:03:12+00:0027 april 2025|

Vervangende toestemming wanneer samenwerken moeilijk is

Stel je voor: je bent een ouder en moet samen met je ex-partner beslissen over de schoolkeuze van jullie kind. Maar in plaats van een gezamenlijke beslissing, ontstaan er alleen maar conflicten. Wat nu? Hier komt het begrip “vervangende toestemming” om de hoek kijken.

Ouderlijk gezag is het juridische recht en de plicht van ouders om te zorgen voor hun kinderen en belangrijke beslissingen over hun opvoeding en welzijn te nemen. Dit omvat alles van dagelijkse zorg, zoals voeding en onderwijs, tot belangrijke zaken zoals medische behandelingen en het kiezen van een woonplaats. In principe is voor deze zaken de toestemming van beide gezaghebbende ouders vereist. Als ouders het niet eens kunnen worden over deze beslissingen, kan dit leiden tot conflicten. In dergelijke gevallen biedt de wet mogelijkheden, zoals het aanvragen van vervangende toestemming bij de rechtbank.

Vervangende toestemming is een juridische mogelijkheid die uitkomst kan bieden als ouders het niet eens kunnen worden over belangrijke beslissingen die hun kind aangaan. In situaties waar de vereiste toestemming van de andere ouder ontbreekt, kan de rechter vervangende toestemming verlenen aan één van de ouders. Dit betekent dat die ouder de uiteindelijke beslissing mag nemen, zelfs als de andere ouder het daar niet mee eens is. De uitspraak en toestemming van de rechter komt dan als het waren in de plaats van de toestemming van de andere ouder.

Vervangende toestemming kan worden gedaan op verzoek van een van de gezaghebbende ouders. De ouder die een dergelijk verzoek wenst te doen, dient hiervoor een advocaat in te schakelen. De rechter beoordeelt de situatie en bekijkt of er toestemming gegeven moet worden aan de ouder om de beslissing te kunnen nemen.

mr. Celine ten Böhmer

Voorbeelden van gevallen waarin om vervangende toestemming kan worden verzocht is wanneer ouders het niet eens kunnen worden over de inschrijving op een basisschool of middelbare school, het starten van bepaalde medische behandelingen of wanneer geen toestemming wordt gegeven voor een vakantie in het buitenland.

Stel jouw familierechtelijke vraag via info@bouwmanadvocaten.nl!

2025-03-23T09:14:49+00:0024 februari 2025|

Hoofdverblijfplaats kinderen: eigenwijze gemeente         

Indien ouders uit elkaar gaan dan zijn zij verplicht afspraken te maken over hun kinderen. Die afspraken dienen te worden vastgelegd in een ouderschapsplan. Eén van de te maken afspraken betreft de vraag waar de kinderen gaan wonen ofwel hun “hoofdverblijfplaats” gaan hebben. Komen ouders hier samen niet uit, dan zal de rechter moeten bepalen waar de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben en waar de kinderen moeten worden ingeschreven.

Tegenwoordig wordt er steeds vaker een co-ouderschap afgesproken. Dat wil zeggen dat de kinderen ongeveer evenveel tijd bij beide ouders zullen doorbrengen. Fijn voor de kinderen en fijn voor de ouders.

We merken echter dat dit bij gemeenten wel voor problemen zorgt. Waar vroeger het begrip “hoofdverblijfplaats” gelijk stond aan het adres waar een kind wordt ingeschreven is dat thans niet meer zo. Het komt voor, dat er lang wordt geprocedeerd, met zelfs een hoger beroep, om een rechter te laten beslissen waar een kind het hoofdverblijf moet hebben. Wanneer een rechter dan uiteindelijk heeft besloten waar het kind gaat wonen (het hoofdverblijf heeft) wil de gemeente nog wel eens weigeren om het kind op dat betreffende adres in te schrijven. Dat is met name het geval wanneer er sprake is van een co-ouderschap en het betreffende kind min of mee even veel tijd bij beide ouders doorbrengt en er dus feitelijk geen sprake is van een hoofdverblijf.

De gemeente volgt de criteria in de Basisregistratie Personen (BRP) en die Wet zegt dat het inschrijfadres het adres is waar iemand de meeste tijd doorbrengt. Als dat dus op twee adressen is kan iemand niet op twee adressen worden ingeschreven en laat men het vaak maar zoals het is. Zelfs wanneer een rechter dus het hoofdverblijf van een kind heeft gewijzigd. Lekker eigenwijs dus, althans zo wordt dat vaak ervaren.

Het inschrijfadres van een kind heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de kinderbijslag of toeslagen. De vraag doet zich dan voor waarom een rechter nog zou moeten beslissen over het hoofdverblijf van een kind wanneer een gemeente bij een co-ouderschap met de uitkomst van zo een procedure toch niets doet.

Mr. Cees de Wit

Onlangs sprak ik hierover met mevrouw mr. Lieke Coenraad, advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Zij onderkende dit probleem en ook de onwenselijkheid hiervan. Op landelijk niveau is de rechtspraak hierover in gesprek met enkele grote gemeenten.

Een gedeeltelijke oplossing is, om in het ouderschapsplan niet alleen op te nemen waar een kind het hoofdverblijf heeft, maar ook waar het kind wordt  ingeschreven. Aan een rechter kan dit laatste eigenlijk niet worden gevraagd nu dit de bevoegdheid is van de ambtenaar van de burgerlijke stand die de inschrijving moet toetsen aan de BRP. Wel kan de andere ouder via een rechter worden gedwongen mee te werken aan die inschrijving.

Familierechtelijk advies nodig? Neem contact op via info@bouwmanadvocaten.nl!

 

2025-03-20T10:12:56+00:0010 januari 2025|

Wordt een dubbele achternaam het nieuwe normaal?

Met de inwerkingtreding van de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam per 1 januari 2024 is het voortaan mogelijk om uw kind een dubbele achternaam te geven. Onder bepaalde voorwaarden is dit ook mogelijk voor kinderen die vóór 1 januari 2024 geboren zijn.

Voor ieder kind dat geboren is op óf na 1 januari 2024 geldt dat het de achternaam van beide ouders kan (gaan) dragen. In juridisch jargon wordt er gesproken van een ‘geslachtsnaam’, maar in dit artikel wordt het begrip ‘achternaam’ aangehouden. Ieder kind dat geboren wordt krijgt een voor- en een achternaam. Een kind en diens ouders (en bloedverwanten) staan in een zogeheten ‘familierechtelijke betrekking’ met elkaar. Daarmee wordt een juridische band genoemd en menigeen denkt dan direct aan de juridische band in de zin van de stamboom in de mannelijke lijn, waarmee een link wordt gelegd naar het ‘namenrecht’. Lange tijd – sinds de invoering van de Burgerlijke Stand in Nederland in het jaar 1811 – was het alleen mogelijk om een kind de achternaam van de vader te geven. In het jaar 1998 is de wet gewijzigd waardoor het tevens tot de mogelijkheid behoorde om een kind de achternaam van de moeder te geven. Vanaf toen tot 1 januari 2024 was het dus zo dat een kind dus óf de achternaam van de vader kreeg óf van de moeder (of in geval van paren van gelijk geslacht, de achternaam van één van beide juridische ouders).

Anno 2024 is er derhalve keuzevrijheid. We nemen een voorbeeld. Vader Aarts en moeder Bouwman zijn op 2 januari 2024 ouders geworden van Celine. Anno 2024 kan er gekozen worden voor de volgende (combinatie van) achterna(a)m(en):

  • Aarts;
  • Bouwman;
  • Aarts Bouwman;
  • Bouwman Aarts.

U ziet het, een koppelstreepje wordt niet geplaatst in geval van een dubbele achternaam.

Voor personen die op dit moment al een dubbele achternaam hebben, zoals ‘Cabau van Kasbergen’ geldt dat deze naam alsdan – per 1 januari 2024 – als een enkelvoudige achternaam moet worden gezien. Bewust wordt dit ‘bekende’ voorbeeld benoemd, om daarmee te duiden dat in bepaalde landen – waaronder begrepen Spanje – een dubbele achternaam al tot de mogelijkheden behoorde. Sterker nog, ingevolge Spaanse wetgeving krijgen kinderen daar automatisch twee namen en valt er dus maar weinig te kiezen, maar dat terzijde. Vanuit de Nederlandse samenleving was er kennelijk een toenemende vraag naar, om welke reden de wetgever hierin tegemoet is gekomen.

Wanneer dochter Celine in opgemeld voorbeeld de achternaam ‘Aarts Bouwman’ krijgt en zij – op haar beurt – een kind zou krijgen met een partner die ook een dubbele achternaam heeft, dan geldt dat zij en haar partner ieder één achternaam aan hun beider kind kunnen geven. Dan geldt dus een maximum van twee achternamen.

Weliswaar krijgen ouders van kinderen die nu geboren worden een zekere keuzevrijheid; de wetgever heeft tevens nagedacht over een overgangsregeling voor ouders die (anders) net ‘achter het net zouden vissen’. Kinderen geboren vóór 1 januari 2024 kunnen derhalve onder bepaalde condities met terugwerkende kracht eveneens een dubbele achternaam krijgen.

  • Het oudste kind van de ouders in kwestie moet dan op of na 1 januari 2016 zijn geboren;
  • Broertjes en/of zusjes van dezelfde ouders dienen dezelfde achternaam(combinatie) te krijgen;
  • De aanvraag dient te zijn gedaan voor 1 januari 2025.

Wat blijft is, dat beide gezaghebbende ouders het eens moeten zijn over de keuze van de achternaam. Indien dat het geval is kunnen de ouders hiervoor tezamen terecht bij hun gemeente. Indien ouders die samen het gezag uitoefenen het niet eens zijn met elkaar over de keuze van de achternaam(combinatie) kan dit worden voorgelegd aan de kinderrechter. Indien u onder de overgangsregeling valt moet derhalve niet te lang gewacht worden, wanneer de andere ouder andere wensen heeft in deze.

2025-03-13T11:39:22+00:0016 januari 2024|

Medehuurder bij relatiebreuk

Vaak denkt men bij het einde van een relatie niet gelijk aan het beëindigen van het contractueel medehuurderschap. Als er dan ineens een betalingsherinnering wordt toegestuurd door de verhuurder, dan kan dat nog wel eens verbazing wekken. U woont immers niet meer in de woning. Toch kunt u aansprakelijk gehouden worden voor nakoming van de huurovereenkomst. In dit artikel leest u waarom uw aansprakelijkheid doorloopt en hoe u deze aansprakelijkheid kunt voorkomen.

Uitgangspunt

Bent u samen met uw ex-partner contractueel medehuurder? Dan bent u vaak hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van de huur. Dat betekent dat de verhuurder zowel u als uw ex-partner aansprakelijk kan stellen voor het betalen van de huur. De huurovereenkomst kan vaak niet zomaar eenzijdig door één van de medehuurders worden opgezegd of gewijzigd. Werkt de ex-partner of de verhuurder niet mee aan het beëindigen van de medehuur, dan blijft u in beginsel aansprakelijk voor de huurovereenkomst. Ook als u de huurwoning al heeft verlaten.

Wat zegt de wet?

Het Nederlandse recht kent twee soorten medehuur: de wettelijke medehuur en de contractuele medehuur. Wettelijke medehuur, het woord zegt het al, ontstaat op grond van de wet. Als u met iemand trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat én u woont samen in de huurwoning, dan word u op grond van de wet automatisch medehuurder. Wettelijke medehuur kan ook ontstaan door een gezamenlijk verzoek aan de verhuurder om medehuurder te worden en de rechter daartoe vervangende toestemming heeft verleend. Contractuele medehuur ontstaat daarentegen doordat u gezamenlijk een huurovereenkomst ondertekent.

Op grond van de wet kan de wettelijke medehuurder na het einde van de relatie aan de rechter vragen om de medehuur te beëindigen. De wet kent echter geen soortgelijke wetsbepaling voor de contractuele medehuurder. Staat de contractuele medehuurder dan met lege handen?

Wat kunt u doen?

De Hoge Raad heeft in december 2021 geoordeeld dat de wetsartikelen, die zien op de wettelijke medehuurder voor wat betreft het beëindigen van de medehuur, toegepast kunnen worden op de contractuele medehuurder. De Hoge Raad overwoog namelijk dat de contractuele medehuurder een vergelijkbare bescherming dient te krijgen als de wettelijke medehuurder. De contractuele medehuurder kan dus – net als wettelijke medehuurders – de rechter vragen om de medehuur te beëindigen.

Deze uitspraak heeft ingrijpende gevolgen voor de positie van de verhuurder. De uitspraak van de rechter waarin de beëindiging van het contractueel medehuurderschap is bepaald heeft namelijk ook werking jegens de verhuurder.

2025-03-13T11:24:33+00:0015 maart 2024|

Koopwoning zonder samenlevingsovereenkomst; risicovol

Indien twee mensen samenwonen in een door hen beiden gekochte woning is het zaak vooraf goede afspraken te maken over het betalen van de lasten. Doet men dit niet dan kan een relatiebreuk zorgen voor een vervelend onbedoeld vervolg.

Wanneer twee mensen op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd dan is in die voorwaarden geregeld hoe de woonlasten van de al dan niet gemeenschappelijke woning gedeeld moeten worden en hoe er na echtscheiding moet worden afgerekend.

Zo ook wanneer twee mensen samenwonen en in een samenlevingsovereenkomst afspraken hebben gemaakt over het betalen van de lasten en de wijze van verdeling van de woning voor het geval de relatie mocht eindigen.

Maar wat nu wanneer twee mensen samen een woning bezitten, niet gehuwd zijn en evenmin een samenlevingsovereenkomst hebben? Dan wordt het opletten!

De Hoge Raad heeft reeds op 21 april 2006 en later op 10 mei 2019 bepaald, dat de regels die gelden voor gehuwden niet kunnen worden toegepast voor informeel samenwonenden. Dat is zelfs ook niet zo wanneer de samenlevers samen een woning in eigendom hebben zo heeft de Hoge Raad op 17 november 2023 bepaald.

Dat betekent dat wanneer één van de samenwoners meer heeft bijgedragen in de hypotheeklasten het niet zo is dat diegene een hoger aandeel toekomt uit de woning. Hij of zij heeft in dat geval slechts recht op de helft van de eigen nominale (extra gedane) inleg. Ook wanneer de woning inmiddels meer waard is geworden. Bovendien is het zo, dat een vordering tot terugbetaling van het teveel ingelegde binnen vijf jaar na betaling moet worden ingesteld. Maar zelfs dan zijn er verschillende verweren mogelijk. Een stilzwijgende afspraak is immers ook een afspraak. Wanneer men onderling mondeling heeft afgesproken dat de een gelet op een hoger inkomen meer bijdraagt aan de woning dan de ander zou het onredelijk zijn om na een relatiebreuk terug te komen op die mondelinge afspraak. De rechtspraak kijkt in dat geval ook naar hoe partijen een en ander feitelijk hebben uitgevoerd.

Over deze discussie is het laatste woord overigens nog niet gezegd.

Wat wel duidelijk is, is dat mede door de uitspraak van de Hoge Raad van 17 november 2023 het nog belangrijker is geworden een en ander goed vast te leggen in de samenlevingsovereenkomst.

 

 

2025-03-13T11:18:27+00:0002 mei 2024|
Go to Top