AI op de werkvloer; waar ligt de grens?

Steeds meer bedrijven overwegen het inzetten (of zelfs verder uitbreiden) van AI om prestaties te verbeteren en efficiënter te werken. Maar mag je werknemers zomaar monitoren met behulp van AI? En waar liggen de grenzen?

Kunstmatige intelligentie maakt in een hoog tempo haar intrede op de werkvloer. Denk aan slimme systemen voor werving en selectie, systemen die productiviteit meten of zelfs prestaties van een werknemer beoordelen. Denk ook aan de keerzijde, zoals in ons vak: klanten schrijven e-mails of brieven aan bedrijven met behulp van kunstmatige intelligentie. Uiteraard is niet zomaar alles toegestaan bij het gebruik van AI. Monitoring van werknemers is niet verboden maar hier zijn strikte regels aan verbonden.

Werkgevers mogen in beginsel toezicht houden op het werk van hun personeel. Denk aan cameratoezicht in het magazijn, voertuigtracking of het loggen van computergebruik. Maar wanneer sprake is van geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, komt de privacywetgeving om de hoek. AI-systemen die werkprestaties analyseren vallen doorgaans onder de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). AI verwerkt namelijk geautomatiseerd persoonsgegevens.

Judith Kuijlaars

mr. Judith Kuijlaars

Het is dus belangrijk dat werknemers worden geïnformeerd over wat er gemeten of gevolgd wordt, waarom dat gebeurt, hoe die gegevens verwerkt en bewaard worden en wat de gevolgen zijn voor de werknemer. Bovendien moet het toezicht altijd een legitiem doel dienen, noodzakelijk zijn voor dat doel en proportioneel zijn. Een systeem wat op basis van data beslist dat een werknemer onvoldoende functioneert, is niet alleen risicovol maar ook verboden. Dat soort belangrijke beslissingen mogen volgens de AVG niet uitsluitend door AI worden genomen, menselijke tussenkomst is vereist. Een AI-tool kan onder strikte voorwaarden wel gebruikt worden om prestaties van een werknemer te analyseren, op basis van welke analyse – door menselijke tussenkomst – vervolgens een besluit kan worden genomen. Dit is bijvoorbeeld bij werknemers met salestargets handig.

Uiteraard heeft kunstmatige intelligentie niet overal het (juiste) antwoord op. Liever advies van een juridische specialist? Neem vrijblijvend contact met ons op!

 

2025-09-01T09:09:53+00:0001 september 2025|

Discriminatie is strafverzwarend per 1 juli 2025

Sinds 1 juli 2025 is het Wetboek van Strafrecht gewijzigd: wie een strafbaar feit pleegt met een discriminatoir motief, kan een hogere straf opgelegd krijgen. Het strafmaximum mag in dat geval namelijk met één derde worden verhoogd.

Via initiatiefwetsvoorstellen van Kamerleden Timmermans en Bikker is artikel 44 bis Sr toegevoegd aan het Wetboek van Strafrecht. De wet geeft nu een omschrijving van wat een discriminatoir oogmerk is: een misdrijf plegen uit haat tegen of discriminatie van personen vanwege hun ras, religie, levensovertuiging, geslacht, seksuele gerichtheid of handicap. De wetgever wil hiermee een duidelijk signaal afgeven dat discriminatie geen plek heeft in onze samenleving.

In de rechtszaal draait het vanaf nu niet alleen om wat er is gebeurd, maar ook waarom het gebeurde. Heeft iemand een ander geslagen, bedreigd of vernield omdat die persoon een bepaalde afkomst, religie, seksuele gerichtheid of handicap heeft?

Fatmanur Günes

mr. Fatmanur Günes

Dan wordt dat nu extra zwaar meegewogen bij de strafbepaling. Belangrijk is dat dit motief niet zomaar wordt aangenomen. Het moet, naast het delict zelf, expliciet in de tenlastelegging staan én afzonderlijk worden bewezen. Discussies over het bewijs van zo’n motief zullen dus vaker een hoofdrol spelen in de rechtszaal.

Voor verdachten betekent het dat het motief nu zwaarder kan doorwegen in de strafmaat. Voor slachtoffers biedt het juist erkenning. Voor slachtoffers betekent het erkenning en een duidelijke veroordeling van het motief achter het misdrijf.

Of deze wetswijziging daadwerkelijk tot hogere straffen gaat leiden, zal de praktijk moeten uitwijzen. Een strafrechtelijke vraag? Neem contact met ons op!

2025-08-25T08:22:45+00:0025 augustus 2025|

Het handhavingsverzoek in het bestuursrecht

Stel je voor dat je buurman opeens een uitbouw aan zijn woning realiseert zonder daarvoor een vergunning te hebben. Deze uitbouw wordt vier meter hoog en blokkeert de zon die elke ochtend zo fijn in de tuin schijnt. Geen wenselijke situatie dus. Gelukkig hoef je op dat moment niet met lege handen achter te blijven.  

Als de betreffende buurman een dergelijke uitbouw realiseert, dan kun je in beginsel de gemeente vragen om hier maatregelen tegen te treffen. Een dergelijke aanvraag wordt ook wel een handhavingsverzoek genoemd. Er wordt dan eigenlijk aan de gemeente gevraagd om handhavend op te treden tegen de overtreding die de buurman begaat.

Niet iedereen kan zomaar een handhavingsverzoek indienen. Het is van belang dat je een belanghebbende bent bij het handhavingsverzoek. Met andere woorden, je kunt dus niet zomaar een handhavingsverzoek indienen tegen een uitbouw die vier steden verder wordt gerealiseerd.

Het handhavingsverzoek is eigenlijk te zien als een aanvraag bij de gemeente om een besluit te nemen tot handhavend optreden. De gemeente kan in een besluit het handhavingsverzoek toewijzen, waarna een handhavingstraject tot stand komt. De gemeente kan het handhavingsverzoek ook afwijzen, waarbij zij dus eigenlijk aangeeft niet te zullen handhaven. Tegen beide besluiten staat in beginsel bezwaar en ook beroep open voor iedereen die belanghebbende is bij het betreffende besluit.

Wanneer de gemeente een overtreding constateert, met of zonder behulp van een handhavingsverzoek, moet zij in de regel van de bevoegdheid tot handhaving gebruik maken. Dit heet de beginselplicht tot handhaving. De gemeente kan alleen in sommige gevallen afzien van handhaving. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een concreet zicht op legalisatie bestaat, dus wanneer de overtreding binnenkort legaal zal worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het bouwen van een bouwwerk waarvoor binnenkort een vergunning zal worden verleend.

Kay Wartena

mr. Kay Wartena

Als de gemeente besluit om over te gaan tot handhaving, dan heeft zij enkele mogelijkheden tot haar beschikking. Zij kan daarbij, kortgezegd, een herstelsanctie of een bestraffende sanctie opleggen. De herstelsancties bestaan uit een zogenaamde ‘last onder bestuursdwang’ en een ‘last onder dwangsom’.

Bij de last onder bestuursdwang krijg je een bepaalde termijn om de overtreding te beëindigen. Doe je dat niet, dan zorgt de gemeente voor beëindiging en betaal je daarvan de kosten. Bij de last onder dwangsom betaal je elke keer een dwangsom aan de gemeente als binnen een bepaalde periode de overtreding niet beëindigd is. De bestraffende sanctie bestaat bijvoorbeeld uit het opleggen van een bestuurlijke boete. Er dient dan een geldbedrag te worden betaald.

Mocht je vragen hebben over het indienen van een handhavingsverzoek, of mocht je worden geconfronteerd met een handhavingsverzoek tegen een handeling van jou zelf, dan kun je contact met ons opnemen via info@bouwmanadvocaten.nl. Wij helpen je graag verder!

2025-08-01T14:35:36+00:0031 juli 2025|

Wordt een dubbele achternaam het nieuwe normaal?

Met de inwerkingtreding van de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam per 1 januari 2024 is het voortaan mogelijk om uw kind een dubbele achternaam te geven. Onder bepaalde voorwaarden is dit ook mogelijk voor kinderen die vóór 1 januari 2024 geboren zijn.

Voor ieder kind dat geboren is op óf na 1 januari 2024 geldt dat het de achternaam van beide ouders kan (gaan) dragen. In juridisch jargon wordt er gesproken van een ‘geslachtsnaam’, maar in dit artikel wordt het begrip ‘achternaam’ aangehouden. Ieder kind dat geboren wordt krijgt een voor- en een achternaam. Een kind en diens ouders (en bloedverwanten) staan in een zogeheten ‘familierechtelijke betrekking’ met elkaar. Daarmee wordt een juridische band genoemd en menigeen denkt dan direct aan de juridische band in de zin van de stamboom in de mannelijke lijn, waarmee een link wordt gelegd naar het ‘namenrecht’. Lange tijd – sinds de invoering van de Burgerlijke Stand in Nederland in het jaar 1811 – was het alleen mogelijk om een kind de achternaam van de vader te geven. In het jaar 1998 is de wet gewijzigd waardoor het tevens tot de mogelijkheid behoorde om een kind de achternaam van de moeder te geven. Vanaf toen tot 1 januari 2024 was het dus zo dat een kind dus óf de achternaam van de vader kreeg óf van de moeder (of in geval van paren van gelijk geslacht, de achternaam van één van beide juridische ouders).

Anno 2024 is er derhalve keuzevrijheid. We nemen een voorbeeld. Vader Aarts en moeder Bouwman zijn op 2 januari 2024 ouders geworden van Celine. Anno 2024 kan er gekozen worden voor de volgende (combinatie van) achterna(a)m(en):

  • Aarts;
  • Bouwman;
  • Aarts Bouwman;
  • Bouwman Aarts.

U ziet het, een koppelstreepje wordt niet geplaatst in geval van een dubbele achternaam.

Voor personen die op dit moment al een dubbele achternaam hebben, zoals ‘Cabau van Kasbergen’ geldt dat deze naam alsdan – per 1 januari 2024 – als een enkelvoudige achternaam moet worden gezien. Bewust wordt dit ‘bekende’ voorbeeld benoemd, om daarmee te duiden dat in bepaalde landen – waaronder begrepen Spanje – een dubbele achternaam al tot de mogelijkheden behoorde. Sterker nog, ingevolge Spaanse wetgeving krijgen kinderen daar automatisch twee namen en valt er dus maar weinig te kiezen, maar dat terzijde. Vanuit de Nederlandse samenleving was er kennelijk een toenemende vraag naar, om welke reden de wetgever hierin tegemoet is gekomen.

Wanneer dochter Celine in opgemeld voorbeeld de achternaam ‘Aarts Bouwman’ krijgt en zij – op haar beurt – een kind zou krijgen met een partner die ook een dubbele achternaam heeft, dan geldt dat zij en haar partner ieder één achternaam aan hun beider kind kunnen geven. Dan geldt dus een maximum van twee achternamen.

Weliswaar krijgen ouders van kinderen die nu geboren worden een zekere keuzevrijheid; de wetgever heeft tevens nagedacht over een overgangsregeling voor ouders die (anders) net ‘achter het net zouden vissen’. Kinderen geboren vóór 1 januari 2024 kunnen derhalve onder bepaalde condities met terugwerkende kracht eveneens een dubbele achternaam krijgen.

  • Het oudste kind van de ouders in kwestie moet dan op of na 1 januari 2016 zijn geboren;
  • Broertjes en/of zusjes van dezelfde ouders dienen dezelfde achternaam(combinatie) te krijgen;
  • De aanvraag dient te zijn gedaan voor 1 januari 2025.

Wat blijft is, dat beide gezaghebbende ouders het eens moeten zijn over de keuze van de achternaam. Indien dat het geval is kunnen de ouders hiervoor tezamen terecht bij hun gemeente. Indien ouders die samen het gezag uitoefenen het niet eens zijn met elkaar over de keuze van de achternaam(combinatie) kan dit worden voorgelegd aan de kinderrechter. Indien u onder de overgangsregeling valt moet derhalve niet te lang gewacht worden, wanneer de andere ouder andere wensen heeft in deze.

2025-03-13T11:39:22+00:0016 januari 2024|

Inzage stukken bij de wederpartij of derden

Artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) biedt de mogelijkheid tot inzage van stukken bij de wederpartij of derden Dit wordt ook wel de exhibitieplicht genoemd. Het wetsartikel is onder meer bedoeld om de transparantie in juridische procedures te vergroten en te waarborgen dat alle betrokkenen beschikken over de nodige informatie om hun zaak goed te kunnen bepleiten.

Wat houdt artikel 843a Rv in?

Artikel 843a Rv stelt dat een partij die belang heeft bij bepaalde bescheiden, recht heeft op afschrift of inzage daarvan, mits deze bescheiden betrekking hebben op een rechtsverhouding waarbij de verzoeker partij is. Dit kan van grote betekenis zijn in uiteenlopende rechtszaken, van commerciële geschillen tot familierechtelijke kwesties en meer.

Cumulatieve voorwaarden

Het recht op inzage of afschrift is echter niet onbeperkt. De verzoeker moet een gerechtvaardigd belang aantonen en specifiek aangeven om welke stukken het gaat en waarom deze relevant zijn voor de zaak. Dit voorkomt dat artikel 843a Rv wordt misbruikt voor zogenoemde ‘fishing expeditions’, waarbij men willekeurige stukken opvraagt om op zoek te gaan naar belastend materiaal.

1. Rechtmatig belang:
De verzoeker moet aantonen dat hij een rechtmatig belang heeft bij de gevraagde bescheiden, wat betekent dat de informatie noodzakelijk moet zijn om zijn rechtspositie te bepalen of te onderbouwen.

2. Bepaalde bescheiden:
De verzoeker moet ook specificeren om welke bescheiden het gaat.

3. Aangaande een rechtsbetrekking waarbij de verzoeker partij is:
Artikel 843a Rv vereist dat de bescheiden die worden opgevraagd betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de verzoeker partij is. De gedaagde hoeft echter niet per se betrokken te zijn bij die rechtsbetrekking. Artikel 843a Rv stelt namelijk dat de bescheiden “zich bevinden bij een partij of bij een derde”. Dit betekent dat het recht op inzage zich kan uitstrekken tot stukken die onder derden zijn, zolang de vereiste rechtsbetrekking en rechtmatig belang aangetoond kunnen worden

Conclusie

De gedaagde hoeft niet noodzakelijkerwijs betrokken te zijn bij de rechtsbetrekking waarop de bescheiden betrekking hebben, zolang de verzoeker maar kan aantonen dat er een relevante rechtsbetrekking bestaat waarbij hij partij is en de bescheiden noodzakelijk zijn voor zijn zaak.

 

2025-03-13T11:14:16+00:0025 juni 2024|

İlişkiniz sona mı erdi? Sözleşmeli ortak kiracılığı sonlandırmayı unutmayın!

Genellikle bir ilişkinin sona erdiğinde sözleşmeli ortak kiracılığın sonlandırılması aklınıza hemen gelmeyebilir. Ev sahibi tarafından birden bir ödeme uyarı gönderildiğinde şaşkınlığa neden olabilir. Ne de olsa artık o evde yaşamıyorsunuz. Ancak yinede kira sözleşmesinin yerine getirilmesinden siz de sorumlu tutulabilirsiniz. Bu makale neden kira sorumluluğunuzun devam ettiğini ve bu sorumluluğu nasıl önleyebileceğiniz anlatacaktır.

Genel

Eski partnerinizle birlikte sözleşmeli ortak kiracı mısınız? O zaman genellikle kirayı ödemekten birlikte sorumlusunuz. Bu ev sahibi hem sizi hem de eski partnerinizi kirayı ödemesi için sorumlu tutabileceği anlamına gelir. Kira sözleşmesi genellikle ortak kiracılardan birinin tek taraflı olarak feshedilmesine veya değiştirilmesine izin vermez. Eski partneriniz veya ev sahibi ortak kiracılığın sona erdirilmesine izin vermezse, kira sözleşmesinden sorumlu kalırsınız. Kiralık evi terk etmiş olsanız bile.

Kanun ne diyor?

Hollanda hukuku iki tür ortak kiracılığı tanır: yasal ortak kiracılık ve sözleşmeli ortak kiracılık. Yasal ortak kiracılık, adından da anlaşılacağı gibi, yasaya dayanır. Birisiyle evlenir veya resmi ortaklık (“geregistreerd partnerschap”) kurarsanız ve beraber kiralık evde yaşıyorsanız, yasaya göre otomatik olarak yasal ortak kiracı olursunuz. Yasal ortak kiracılık birlikte kiracı olma talebiyle verilmiş bir mahkeme kararıyla da oluşabilir. Sözleşmeli ortak kiracılık ise ortak bir kira sözleşmesi imzaladığınızda ortaya çıkar.

Yasaya göre, yasal ortak kiracı, ilişki sona erdikten sonra, ortak kiracılığı sona erdirmek için mahkemeye başvurabilir. Ancak sözleşmeli ortak kiracı için benzer bir kanun maddesi yoktur. Bu durumda sözleşmeli ortak kiracı ne yapabilir?

Ne yapabilirsiniz?

Yüksek Mahkeme Aralık 2021’de yasal ortak kiracının sona erdirilmesiyle ilgili kanun maddelerinin aynı şekilde sözleşmeli ortak kiracıya uygulanabileceğine karar verdi. Yüksek Mahkeme sözleşmeli ortak kiracının da yasal ortak kiracı gibi benzer bir koruma sağlanması gerektiğini belirtti. Dolayısıyla sözleşmeli ortak kiracı, yasal ortak kiracılar gibi, mahkemeden ortak kiracılığın sonlandırılmasını talep edebilir.

 

 

2024-03-15T11:32:48+00:0015 maart 2024|
Go to Top