Sinds 1 juli 2025 is het Wetboek van Strafrecht gewijzigd: wie een strafbaar feit pleegt met een discriminatoir motief, kan een hogere straf opgelegd krijgen. Het strafmaximum mag in dat geval namelijk met één derde worden verhoogd.
Via initiatiefwetsvoorstellen van Kamerleden Timmermans en Bikker is artikel 44 bis Sr toegevoegd aan het Wetboek van Strafrecht. De wet geeft nu een omschrijving van wat een discriminatoir oogmerk is: een misdrijf plegen uit haat tegen of discriminatie van personen vanwege hun ras, religie, levensovertuiging, geslacht, seksuele gerichtheid of handicap. De wetgever wil hiermee een duidelijk signaal afgeven dat discriminatie geen plek heeft in onze samenleving.
In de rechtszaal draait het vanaf nu niet alleen om wat er is gebeurd, maar ook waarom het gebeurde. Heeft iemand een ander geslagen, bedreigd of vernield omdat die persoon een bepaalde afkomst, religie, seksuele gerichtheid of handicap heeft?

mr. Fatmanur Günes
Dan wordt dat nu extra zwaar meegewogen bij de strafbepaling. Belangrijk is dat dit motief niet zomaar wordt aangenomen. Het moet, naast het delict zelf, expliciet in de tenlastelegging staan én afzonderlijk worden bewezen. Discussies over het bewijs van zo’n motief zullen dus vaker een hoofdrol spelen in de rechtszaal.
Voor verdachten betekent het dat het motief nu zwaarder kan doorwegen in de strafmaat. Voor slachtoffers biedt het juist erkenning. Voor slachtoffers betekent het erkenning en een duidelijke veroordeling van het motief achter het misdrijf.
Of deze wetswijziging daadwerkelijk tot hogere straffen gaat leiden, zal de praktijk moeten uitwijzen. Een strafrechtelijke vraag? Neem contact met ons op!