Pensioen bij scheiding: conversie of pensioenverevening?

Bij een echtscheiding is de verdeling van het ouderdomspensioen vaak een belangrijk, maar complex onderwerp. In Nederland is pensioenverevening op dit moment de meest gebruikte methode om pensioenrechten tussen ex-partners te verdelen. Steeds vaker wordt echter gesproken over conversie als alternatief. Met de aangekondigde wetswijzigingen wordt conversie per 1 januari 2027 waarschijnlijk de nieuwe standaard. Voor stellen die in 2026 scheiden, is het daarom verstandig hier nu al rekening mee te houden.

Wat is pensioenverevening?

Pensioenverevening houdt in dat het tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen wordt verdeeld tussen beide ex-partners. In de praktijk betekent dit dat ieder recht heeft op de helft van het pensioen dat tijdens de huwelijkse periode is opgebouwd. De pensioenuitvoerder keert dit deel rechtstreeks uit aan de ex-partner, maar pas op het moment dat de pensioengerechtigde zelf met pensioen gaat.

Een belangrijk kenmerk van verevening is de blijvende financiële verbondenheid tussen ex-partners. Als degene die het pensioen heeft opgebouwd later of eerder met pensioen gaat, heeft dat direct gevolgen voor de uitkering aan de ander. Ook bij overlijden vóór de pensioendatum of wijzigingen in het pensioen kunnen complicaties ontstaan.

Wat is conversie?

Bij conversie wordt het te verdelen pensioen omgezet in een zelfstandig pensioenrecht voor ieder van de ex-partners. De ex-partner krijgt dus een eigen pensioenpot, los van het pensioen van de ander. Dit nieuwe pensioenrecht staat op naam van de ex-partner en wordt uitgekeerd vanaf diens eigen pensioendatum.

Het grote verschil met verevening is dat na conversie geen onderlinge afhankelijkheid meer bestaat.

Conversie wordt de nieuwe standaard

In de huidige wetgeving is verevening het uitgangspunt en moet conversie expliciet worden afgesproken. De wetgever wil dit omdraaien. Conversie sluit beter aan bij de wens om financiële banden na een scheiding zo veel mogelijk te verbreken en past bovendien beter bij het vernieuwde pensioenstelsel.

Cees de Wit

Mr. Cees de Wit

Waarom hier in 2026 al rekening mee houden?

Voor stellen die in 2026 scheiden, is het verstandig vooruit te kijken. Keuzes die nu worden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant kunnen langdurige gevolgen hebben. Door nu al te overwegen of conversie wenselijk is, kan worden voorkomen dat afspraken snel verouderen of niet aansluiten bij de nieuwe wettelijke realiteit.

Daarnaast biedt conversie vaak meer duidelijkheid en rust voor beide partijen. Het voorkomt latere discussies, administratieve problemen en afhankelijkheid van beslissingen van de ex-partner. Door hier tijdig over na te denken en goed advies in te winnen, kan een scheiding financieel overzichtelijker en toekomstbestendiger worden ingericht.

Wie in 2026 gaat scheiden, doet er goed aan deze ontwikkeling mee te nemen en bewust te kiezen voor een regeling die ook na 2027 goed blijft werken. Advies nodig? Neem vrijblijvend contact met ons op!

2026-02-06T13:27:10+00:0006 februari 2026|

Kasstromen bij alimentatieplicht ondernemers

Bij de vaststelling van alimentatie voor ondernemers speelt niet alleen de winst uit onderneming een rol, maar vooral de daadwerkelijke kasstromen. Waar werknemers een vast en goed controleerbaar inkomen hebben, kennen ondernemers fluctuaties in omzet, investeringsbehoeften en liquiditeit. Dit maakt het bepalen van hun draagkracht complexer en vraagt om een bredere analyse dan enkel de jaarrekening.

Een belangrijke reden dat kasstromen zo’n grote rol spelen, is dat de ondernemer zijn alimentatieplicht moet kunnen nakomen uit feitelijk beschikbare middelen. Winst op papier betekent namelijk niet automatisch dat er voldoende liquide middelen aanwezig zijn. Bijvoorbeeld: een hoge winst door waardestijging van voorraad of boekhoudkundige vrijval van voorzieningen vergroot niet de kaspositie van de ondernemer. Rechters kijken daarom steeds vaker naar de zogenoemde vrije kasstroom, de ruimte die overblijft nadat alle zakelijke verplichtingen en noodzakelijke investeringen zijn voldaan.

Ook speelt de scheiding tussen privé- en zakelijk geld een belangrijke rol. Ondernemers kunnen soms geld uit hun onderneming onttrekken om in privé aan verplichtingen te voldoen. Dit kan echter alleen als de onderneming hierdoor niet in financiële problemen komt. Een tijdelijke daling in kasstroom door bijvoorbeeld investeringen of een seizoensdip kan zodoende invloed hebben op de hoogte van de alimentatie, mits de ondernemer dit goed kan onderbouwen.

Cees de Wit

Mr. Cees de Wit

Daarnaast kan de continuïteit van de onderneming een factor zijn. Als structureel te hoge alimentatie leidt tot te weinig liquiditeit, komt de onderneming, en daarmee ook de toekomstige alimentatiecapaciteit, in gevaar. De rechter zal dan kijken naar een reële, duurzame draagkracht. Dit betekent dat ondernemers goed moeten kunnen aantonen welke kasstromen noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering en welke vrij beschikbaar zijn.

Kortom: bij ondernemers wordt alimentatie steeds minder bepaald op basis van enkel winstcijfers. Het is de feitelijke kasstroom die doorslaggevend is, omdat deze beter weerspiegelt wat de ondernemer daadwerkelijk kan missen zonder zijn onderneming in gevaar te brengen. Voor ondernemers én hun adviseurs is een gedetailleerd inzicht in kasstromen daarom essentieel bij het vaststellen van een eerlijke alimentatieverplichting.

2025-11-20T09:00:23+00:0020 november 2025|

Verborgen gebreken in een woning: wat moet je weten?

Bij de aankoop van een woning kan het gebeuren dat er na de overdracht gebreken aan het licht komen die de koper niet heeft opgemerkt tijdens de bezichtiging of bouwkundige keuring. Deze zogenaamde verborgen gebreken zijn mankementen die bij de koop niet zichtbaar waren, maar wel al aanwezig waren. Denk hierbij aan vochtproblemen achter muren, houtrot, schimmel of een lekkend dak.

Volgens het Nederlandse recht geldt er een mededelingsplicht voor de verkoper en een onderzoeksplicht voor de koper. De verkoper moet bekende gebreken eerlijk melden. Doet hij dit niet, dan kan hij aansprakelijk worden gesteld. Tegelijkertijd wordt van de koper verwacht dat hij voldoende onderzoek doet naar de staat van de woning, bijvoorbeeld via een bouwkundig rapport.

Cees de Wit

Mr. Cees de Wit

Een gebrek wordt als “verborgen” gezien wanneer het pas na de koop blijkt én het niet met een normale inspectie ontdekt had kunnen worden. Als een verborgen gebrek ernstig is — bijvoorbeeld wanneer het bewoning belemmert — kan de koper in sommige gevallen de verkoper aansprakelijk stellen voor de herstelkosten. Hierbij is het wel belangrijk om snel te handelen: meld het gebrek direct aan de verkoper en raadpleeg een jurist indien nodig.

Tot slot is het verstandig om altijd een koopovereenkomst goed te laten controleren en een bouwkundige keuring te laten uitvoeren. Zo beperk je de kans op vervelende verrassingen én juridische geschillen achteraf. Verborgen gebreken zijn namelijk niet alleen lastig, ze kunnen ook kostbaar uitpakken.

Verborgen gebreken in jouw woning of andere vragen? Neem contact met ons op via info@bouwmanadvocaten.nl en spreek met een van onze specialisten.

2025-09-08T09:36:18+00:0008 september 2025|

Landjepik; wanneer ben je eigenaar van een stuk grond?

Stukjes gemeentegrond aan de voorzijde van het huis die gebruikt worden als voortuin, een boer die al jarenlang gratis een paar meter grond van een ander gebruikt om er koeien op te laten grazen of iemand die al jaren over het perceel van een ander naar zijn eigen perceel rijdt. Dat is meestal geen probleem tot het moment dat er een actieve ambtenaar of nieuwe eigenaar komt die het gebruik door een ander niet meer goed vindt. Dan kan een geschil ontstaan over wie eigenlijk eigenaar is van de grond. Hoe zit dat?

In het Kadaster is opgenomen wie het eigendom bezit van een stuk grond. Het Kadaster is online door eenieder te raadplegen. Het kan echter zijn dat de Kadastrale grens niet overeenstemt met het juridisch eigendom. Dat komt doordat in de loop der jaren iemand door verjaring eigenaar kan zijn geworden van het stuk grond.

Wanneer iemand een stukje grond in bezit heeft genomen kan deze door verkrijgende of bevrijdende verjaring eigendom verkrijgen. Belangrijk is dat iemand de grond in bezit heeft genomen en de oorspronkelijke eigenaar daar geen macht meer over uitoefent. Dat kan bijvoorbeeld doordat een heg of schutting is geplaatst. Wanneer het perceel vrij toegankelijk is dan zal niet snel worden aangenomen dat de grond in bezit is genomen.

Meende de bezitter dat hij het eigendom bezat van de grond (te goeder trouw) en mocht hij dat ook denken? Dan is hij na 10 jaar eigenaar. Wist diegene dat hij geen eigendom bezat maar laat de eigenaar een en ander ongemoeid, dan wordt de bezitter na 20 jaar eigenaar.

Mr. Cees de Wit

Let op: dat geldt niet wanneer de eigenaar met de gebruiker (bezitter) een afspraak heeft gemaakt dat hij het stuk grond mocht gebruiken. In zo een geval kan die gebruiksovereenkomst door de eigenaar worden opgezegd. Ook na 20 jaar. Een gebruiksovereenkomst kan ook mondeling worden gesloten. In dat geval ontstaat echter vaak wel een bewijsprobleem voor de oorspronkelijk eigenaar.

Indien iemand door verjaring eigendom heeft verkregen dan kan de oorspronkelijke eigenaar nog wel schadevergoeding vorderen. De verkrijger is immers financieel bevoordeeld en zal die schade moeten vergoeden. Ook daarvoor gelden weer termijnen en is het van belang u te laten bijstaan door een deskundige.

Vragen over verjaring en eigendom van grond? Neem contact met ons op via info@bouwmanadvocaten.nl!

 

 

2025-04-04T11:10:35+00:0004 april 2025|

Hoofdverblijfplaats kinderen: eigenwijze gemeente         

Indien ouders uit elkaar gaan dan zijn zij verplicht afspraken te maken over hun kinderen. Die afspraken dienen te worden vastgelegd in een ouderschapsplan. Eén van de te maken afspraken betreft de vraag waar de kinderen gaan wonen ofwel hun “hoofdverblijfplaats” gaan hebben. Komen ouders hier samen niet uit, dan zal de rechter moeten bepalen waar de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben en waar de kinderen moeten worden ingeschreven.

Tegenwoordig wordt er steeds vaker een co-ouderschap afgesproken. Dat wil zeggen dat de kinderen ongeveer evenveel tijd bij beide ouders zullen doorbrengen. Fijn voor de kinderen en fijn voor de ouders.

We merken echter dat dit bij gemeenten wel voor problemen zorgt. Waar vroeger het begrip “hoofdverblijfplaats” gelijk stond aan het adres waar een kind wordt ingeschreven is dat thans niet meer zo. Het komt voor, dat er lang wordt geprocedeerd, met zelfs een hoger beroep, om een rechter te laten beslissen waar een kind het hoofdverblijf moet hebben. Wanneer een rechter dan uiteindelijk heeft besloten waar het kind gaat wonen (het hoofdverblijf heeft) wil de gemeente nog wel eens weigeren om het kind op dat betreffende adres in te schrijven. Dat is met name het geval wanneer er sprake is van een co-ouderschap en het betreffende kind min of mee even veel tijd bij beide ouders doorbrengt en er dus feitelijk geen sprake is van een hoofdverblijf.

De gemeente volgt de criteria in de Basisregistratie Personen (BRP) en die Wet zegt dat het inschrijfadres het adres is waar iemand de meeste tijd doorbrengt. Als dat dus op twee adressen is kan iemand niet op twee adressen worden ingeschreven en laat men het vaak maar zoals het is. Zelfs wanneer een rechter dus het hoofdverblijf van een kind heeft gewijzigd. Lekker eigenwijs dus, althans zo wordt dat vaak ervaren.

Het inschrijfadres van een kind heeft gevolgen voor bijvoorbeeld de kinderbijslag of toeslagen. De vraag doet zich dan voor waarom een rechter nog zou moeten beslissen over het hoofdverblijf van een kind wanneer een gemeente bij een co-ouderschap met de uitkomst van zo een procedure toch niets doet.

Mr. Cees de Wit

Onlangs sprak ik hierover met mevrouw mr. Lieke Coenraad, advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Zij onderkende dit probleem en ook de onwenselijkheid hiervan. Op landelijk niveau is de rechtspraak hierover in gesprek met enkele grote gemeenten.

Een gedeeltelijke oplossing is, om in het ouderschapsplan niet alleen op te nemen waar een kind het hoofdverblijf heeft, maar ook waar het kind wordt  ingeschreven. Aan een rechter kan dit laatste eigenlijk niet worden gevraagd nu dit de bevoegdheid is van de ambtenaar van de burgerlijke stand die de inschrijving moet toetsen aan de BRP. Wel kan de andere ouder via een rechter worden gedwongen mee te werken aan die inschrijving.

Familierechtelijk advies nodig? Neem contact op via info@bouwmanadvocaten.nl!

 

2025-03-20T10:12:56+00:0010 januari 2025|
Go to Top