Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ook in Nederland veel burgers getroffen door het oorlogsgeweld. De Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 biedt financiële ondersteuning aan mensen die in de Tweede Wereldoorlog als burger door oorlogsgeweld zijn getroffen. Ook familieleden van burger-oorlogsslachtoffers kunnen financiële ondersteuning krijgen.
Om aanspraak te kunnen maken op de voorzieningen die de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 moet erkend worden dat er sprake is van een burger-oorlogsslachtoffers in de zin van de wet.
Onlangs mocht onze collega Myrthe Kools een cliënt bijstaan wiens aanvraag om erkend te worden als burger oorlogsslachtoffer was afgewezen. Geoordeeld werd dat er onvoldoende bevestiging werd gevonden om de directe betrokkenheid bij een frontsituatie vast te kunnen stellen. Doordat de cliënt niet werd erkend als burger-oorlogsslachtoffer kon hij ook geen aanspraak maken op de voorzieningen die de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 biedt.
Namens de cliënt heeft Myrthe bezwaar aangetekend. In de bezwaarprocedure heeft zij aanvullende stukken in het geding gebracht om aan te tonen dat de cliënt wel degelijk direct betrokken was bij een frontsituatie en zodoende moest worden aangemerkt als burger-oorlogsslachtoffer.
De Pensioen- en Uitkeringsraad heeft de primaire beslissing naar aanleiding van het daartegen ingediende bezwaar heroverwogen en heeft de cliënt alsnog erkend als burger-oorlogsslachtoffer. Ook werden aan cliënt diverse tegemoetkomingen toegekend, waaronder een toeslag ter verbetering van de levensomstandigheden, een vergoeding voor huishoudelijke hulp en een tegemoetkoming voor de kosten van deelname aan het maatschappelijke verkeer.
Een mooi resultaat, waarvoor Myrthe door de cliënt werd bedankt met een prachtige bos bloemen!

CategoryNieuws

© 2015 BOUWMAN ADVOCATEN | ONTWIKKELD DOOR BURO TWEEVOUD

logo-footer

Volg ons op social media: