Op 31 maart 2017 heeft de rechtbank Oost-Brabant een bijzondere beschikking gegeven met betrekking tot de herbeoordeling van de kinderalimentatie.
In deze procedure was door de man een verzoek tot wijziging (verlaging) van de in april 2013 bij beschikking van dezelfde rechtbank vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie minderjarige kinderen.
De vrouw, bijgestaan door mr. J.A. Swinkels, voerde hiertegen verweer en verzocht zelfstandig de bijdrage te verhogen. Ter onderbouwing van het zelfstandig verzoek voerde collega Swinkels namens de vrouw aan dat op basis van de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 9 oktober 2015 niet alleen de draagkracht van partijen opnieuw berekend moest worden, maar ook de behoefte van de kinderen. Er werd in dat verband verwezen naar een (niet gepubliceerde) uitspraak van rechtbank Den Haag van 24 mei 2016. Aldus was een nieuwe behoefteberekening gemaakt en in het geding gebracht, uitgaande van de inkomensgegevens van partijen van 2013.
De man voerde tegen het zelfstandig verzoek verweer. Naar zijn mening was de behoefte van de kinderen destijds berekend naar de maatstaven die in 2013 golden en kan de uitspraak van de Hoge Raad niet tot gevolg hebben dat óók de behoefte van de kinderen opnieuw vastgesteld moet worden.
De rechtbank overweegt uiteindelijk als volgt:
“De man stelt dat de behoefte van de kinderen destijds is berekend naar de maatstaven die in 2013 golden en meent dat hij er op mocht vertrouwen dat de berekening juist was. De man heeft ter zitting gesteld dat de behoefte van de kinderen € 870,00 per maand bedraagt.
De rechtbank overweegt dat de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 een wijziging van omstandigheden oplevert in de zin van artikel 1:401 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, ook voor wat betreft de te berekenen behoefte. Dit betekent dat de behoefte van de kinderen opnieuw berekend dient te worden. Nu de man op zich geen verweer heeft gevoerd tegen de door de vrouw berekende behoefte van € 942,- per maand zal de rechtbank uitgaan van dat bedrag.”
De rechtbank Oost-Brabant is dus met de rechtbank Den Haag van mening dat de uitspraak van de Hoge Raad een relevante wijziging van omstandigheden oplevert die niet alleen een herberekening van de draagkracht van de ouders, maar ook van de behoefte van de kinderen rechtvaardigt.
Is uw kinderalimentatie voor 9 oktober 2015 vastgesteld en wilt u weten of het bedrag nog aan de wettelijke maatstaven voldoet? Neem dan vrijblijvend contact op met Bouwman Advocaten (tel: 0413-266069).

CategoryNieuws

© 2015 BOUWMAN ADVOCATEN | ONTWIKKELD DOOR BURO TWEEVOUD

logo-footer

Volg ons op social media: