Op 28 juni 2017 heeft de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, een zogeheten overzichtsuitspraak afgegeven met daarin een leidraad hoe om te gaan met het toetsen van nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

 Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van het besluit ruimtelijke ordening gewijzigd en in overeenstemming gebracht met eerdere uitspraken van de Raad van State. Dit artikel regelt wat er in een bestemmingsplan moet worden opgenomen. Lid 2 van dit artikel stelt nu dat, indien het plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in het plan moet worden gemotiveerd waarom in het bestaande stedelijke gebied niet in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij moet onderzoek worden gedaan en de uitkomsten daarvan moeten in de toelichting van het bestemmingsplan worden opgenomen. Daarbij moet aandacht worden besteed aan de behoefte van de nieuwe ontwikkeling, marktvraag en de mogelijke economische gevolgen van deze nieuwe ontwikkeling. Het is niet zo dat daarbij van belang is dat andere partijen “last” krijgen van concurrentie. Dit is echter anders wanneer een nieuwe vestiging bijvoorbeeld leegstand tot gevolg kan hebben doordat een concurrent het niet meer kan bolwerken.

Wat wordt in dit verband verstaan onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Artikel 1.1.1. Bro geeft als voorbeelden: woningbouw, bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel en woningbouw. Daaronder valt echter bijvoorbeeld niet: een kampeerterrein van 3 hectare, een weg, een busbaan of transformatorhuis. Het bestaande bestemmingsplan, inclusief de ontheffingsmogelijkheden die dit plan biedt, moeten de ontwikkelingen niet al mogelijk maken. Als dit wel zo is, dan valt het niet onder nieuwe stedelijke vernieuwing.

Mocht echter geen sprake zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan moet de bestuursrechter nog altijd toetsen over de voorgenomen aanpassing ook daadwerkelijk binnen tien jaar kan worden gerealiseerd.

De overzichtsuitspraak omvat tal van voorbeelden en is pagina’s lang. Ondoenlijk dus om in dit stukje al die voorbeelden te benoemen. U kunt die uitspraak echter zelf vinden op de site van de Raad van State.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen? Neemt u dan contact met ons op. Wij zijn bereikbaar op telefoonnummer 0413 – 266 069

CategoryNieuws

© 2015 BOUWMAN ADVOCATEN | ONTWIKKELD DOOR BURO TWEEVOUD

logo-footer

Volg ons op social media: