In geval van een echtscheiding hoeft niet alleen sprake te zijn van een behoefte aan kinderalimentatie, maar ook kan er sprake zijn van een behoefte aan partneralimentatie. De vraag die dan vaak aan de orde is, is of het kindgebonden budget dat een ouder ontvangt, kan worden aangemerkt als inkomen en daarmee de behoefte aan een aanvullende bijdrage van de andere ouder vermindert. Te meer nu de Hoge Raad op 9 oktober 2015 heeft bepaald dat het kindgebonden budget niet langer in mindering strekt op de behoefte van het kind, maar moet worden meegenomen bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het ontvangt.

De Expertgroep alimentatienormen was al die tijd helder: het netto besteedbaar inkomen bestond uit het bruto inkomen verminderd met de verschuldigde belastingen en premies en vermeerderd met het kindgebonden budget waarop aanspraak bestaat. Diverse rechtbank en gerechtshoven volgden de benadering van de Expertgroep, zo ook de rechtbank in Den Bosch. Het Gerechtshof in Den Haag oordeelde eerder echter anders en hield geen rekening met het kindgebonden budget bij de vaststelling van de verschuldigde partneralimentatie. Het Gerechtshof Den Haag heeft in verband met de aanhoudende onduidelijkheid uiteindelijk reden gezien om prejudiciële vragen voor te leggen aan de Hoge Raad.

Op 7 juli jl. heeft de Hoge Raad zich hierop uitgelaten. De Hoge Raad overweegt:
“Met het oog op de beantwoording van de vraag of het kindgebonden budget de behoefte aan partneralimentatie vermindert (voor zover dat budget meer bedraagt dan het aandeel van de alimentatiegerechtigde in de kosten van kinderen) is het volgende van belang. Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke regeling als bedoeld in art. 1 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). (…) de aanspraak op en hoogte van het kindgebonden budget mede afhangen van eventueel ontvangen partneralimentatie (…) Het voorgaande heeft tot gevolg dat, naarmate de alimentatiegerechtigde meer partneralimentatie ontvangt, de aanspraak op kindgebonden budget afneemt. Hierin komt dan ook het ‘subsidiaire’ karakter van het kindgebonden budget als inkomensafhankelijke overheidsondersteuning tot uitdrukking. Indien het kindgebonden budget bij de alimentatiegerechtigde als inkomen in aanmerking zou worden genomen, zou dat tot gevolg hebben dat de behoefte aan partneralimentatie afneemt, wat met dit subsidiaire karakter in strijd is. Er bestaat dan ook geen grond het kindgebonden budget anders te beoordelen dan andere inkomensafhankelijke regelingen, zoals zorg- en huurtoeslag. ”

Het kindgebonden budget heeft dus een subsidiair karakter. Derhalve mag het ontvangen kindgebonden budget niet worden aangemerkt als inkomen bij het bepalen van de aanvullende behoefte van de onderhoudsgerechtigde.

Bent u benieuwd of deze uitspraak van de Hoge Raad gevolgen heeft voor de door u te betalen of te ontvangen partneralimentatie? Neemt u dan contact met ons op. Wij zijn bereikbaar op telefoonnummer 0413 – 266 069 en per e-mail: kools@bouwmanadvocaten.nl.

CategoryNieuws

© 2015 BOUWMAN ADVOCATEN | ONTWIKKELD DOOR BURO TWEEVOUD

logo-footer

Volg ons op social media: