Stel: je bent in gemeenschap van goederen getrouwd. Jouw partner werkt al jarenlang bij hetzelfde bedrijf. Op enig moment blijkt dat die partner al die jaren gelden, toebehorend aan de werkgever, verduisterde door die bedragen over te boeken naar een geheime bankrekening. Jouw partner wordt uiteindelijk veroordeeld tot terugbetaling van het (aanzienlijke) bedrag. Jij wist aanvankelijk niet van deze verduisteringspraktijken af. Wél was voor jou duidelijk dat jullie als gezin méér uitgaven deden (en konden doen) dan dat er aan ‘legale’ inkomsten binnenkwam. Je hebt daar echter nooit vragen over gesteld.

Op grond van artikel 1:100 lid 1 (oud) BW – geldend voor huwelijken die gesloten zijn vóór 1 januari 2018 – hebben echtgenoten een gelijk aandeel in de ontbonden gemeenschap. Dat betekent dat echtgenoten voor de tijdens het huwelijke ontstane schulden (zoals de hiervoor genoemde schuld van jouw partner aan diens werkgever) ieder voor de helft draagplichtig zijn. Voor afwijking van deze regel gelden strenge vereisten.

Stel nu dat jij van jouw partner wenst te scheiden. Is het dan redelijk om met betrekking tot de schuld, die geheel door toedoen van jouw partner is ontstaan, vast te houden aan de draagplicht voor de helft? Naar de mening van de rechtbank Zeeland-West-Brabant niet, maar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch denkt daar anders over. Inderdaad: dit is geen hypothetisch geval, maar een échte casus (ECLI:NL:GHSHE:2018:2693).

In deze zaak is primair door de man betoogd dat de schuld verknocht is aan de vrouw en subsidiair dat het vasthouden aan de draagplicht voor de helft naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechtbank volgt het subsidiaire standpunt van de man, maar het hof is dus een andere mening toegedaan.

Het hof acht, kort samengevat, aannemelijk dat de man van de extra-inkomsten wist, dan wel had behoren te weten. Voor zover de man de herkomst van die extra-inkomsten niet wist, had hij hier bij de vrouw, eventueel met een beroep op artikel 1:83 BW, naar kunnen informeren. Dat hij dat heeft gedaan, is gesteld noch gebleken. Ten slotte is komen vast te staan dat ook de man heeft geprofiteerd van de verduisterde gelden. Van dat geld hebben partijen, onder meer, samen vakantie gevierd.

Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de vrouw zich jegens de man beroept op een draagplicht bij helfte is geen sprake, aldus het hof. De omstandigheid dat de man niet zou hebben geweten van de verduistering (en dus de herkomst van de gelden) en hij geen toegang had tot, noch inzage in de Rabo-privérekening waarop de verduisterde gelden binnenkwamen, maakt dit niet anders.

Hoewel een goed huwelijk natuurlijk gebaseerd is op wederzijds vertrouwen, leert deze uitspraak ons dat het (blijven) stellen van vragen, zacht gezegd, geen kwaad kan. Laat uzelf goed informeren, ook tijdens het huwelijk!

CategoryNieuws

© 2015 BOUWMAN ADVOCATEN | ONTWIKKELD DOOR BURO TWEEVOUD

logo-footer

Volg ons op social media: